Ga naar de inhoud

De Kerk en het belang van de belijdenis

door drs. S.M. Alserda, gereformeerd predikant, in: Nader Bekeken, april 2023

De gereformeerde kerken kennen maar liefst zes belijdenisgeschriften. Hoe is dat zo gekomen, en waarom hebben we ze nodig? En hoe zal het gaan in de nieuwe fusiekerk (inmiddels de Nederlandse Gereformeerde Kerken, red.); wil die zich binden aan de gereformeerde belijdenissen?
Hieronder de tekst van een lezing die Sipke Alserda onlangs hield over deze vragen.

Ontstaan

Wie de geschiedenis van het ontstaan van onze belijdenisgeschriften beschouwt, ziet dat ze allemaal ontstaan zijn om dwaalleer te bestrijden en de bijbelse leer te handhaven (zie o.a. Titus 1:9).
Bij de drie kleinere belijdenissen (de Apostolische Geloofsbelijdenis, de Geloofsbelijdenis van Nicea en die van Athanasius) is meteen al vrij duidelijk dat het achtereenvolgens ging om de bestrijding van dwaalleer over de goddelijke drie-eenheid, over de goddelijke en menselijke natuur van Christus, en over de aard en plaats van de heilige Geest. Kerken die deze drie belijdenissen hebben aangenomen en handhaven, mogen zich met recht chrístelijke kerken noemen. Wie dit loslaat wordt ‘vrijzinnig’.

De andere drie belijdenisgeschriften (Nederlandse Geloofsbelijdenis, Heidelbergse Catechismus en Dordtse Leerregels) zijn ontstaan in de tijd van de Reformatie, toen het vooral ging om de rooms-katholieke en doperse dwalingen. Denk daarbij aan onderwerpen als doop en avondmaal, Mariaverering en de verering van andere ‘heiligen’. Ook keerden de belijdenissen zich tegen de leer van de verdienstelijkheid van goede werken en de gedachte dat de mens na de zondeval toch zo slecht nog niet is. Daarnaast moest de bijbelse leer over goddelijke uitverkiezing verdedigd worden tegenover de leer van de vrije menselijke wil.

Kerken die deze drie belijdenissen hebben aangenomen en ook handhaven, mogen zich met recht gereforméérde kerken noemen. Tegelijk geldt dat wie deze belijdenisgeschriften loslaat of daar niet meer aan gebonden wil zijn, dat recht verliest.

Betekenis en handhaving

In de loop van de geschiedenis hebben de kerken op deze manier een soort barrière opgebouwd tegen dwaalleer, om de gemeente van Christus te beschermen en te bewaren bij het zuivere Woord van God.

Het belang van deze belijdenisgeschriften is in onze tijd bepaald niet minder geworden. Veel christenen lezen niet meer systematisch de hele Bijbel, maar behelpen zich met dagteksten via een bijbel-app. Of ze plukken teksten met uitleg van internet zonder zich af te vragen wat de achtergrond van die uitleg is. Het is nu daarom meer dan ooit nodig dat christenen zich een bijbels denkraam eigen maken zoals bijvoorbeeld de Heidelbergse Catechismus dat biedt. Zodat er lampjes gaan branden wanneer een uitleg daarmee in strijd is en een dwaling tijdig als zodanig herkend wordt.

In de lijn van de Reformatie wilden zo ook de vrijgemaakte kerken bovenal gereformeerde kerken zijn. Kerken die deze belijdenissen loslaten of daar niet meer aan gebonden willen zijn, willen zich in feite niet meer binden aan wat de Bijbel duidelijk leert en wat de Reformatiekerken de eeuwen door beleden hebben. Wie die binding wil loslaten, zou toch op zijn minst moeten aantonen dat de belijdenissen onvoldoende recht doen aan wat de Bijbel zegt. En dat is in GKv-kring tot op heden niet gebeurd.

De vraag is nu: willen straks de gefuseerde GKv/NGK-kerken nog steeds gebonden zijn aan de gereformeerde belijdenis?

NGK

Laten we eens kijken naar de ontstaansgeschiedenis van de huidige NGK. Deze kerken zijn ontstaan in de 60’er jaren, uit de GKv.[1] Een belangrijk punt was toen: afwijking van wat we samen belijden in ‘onze’ belijdenissen! Het geschil in kwestie betrof de leer van ds. Telder. Hij leerde dat gelovigen bij hun sterven niet direct naar de hemel gaan. Een ziel zonder lichaam bestaat volgens hem niet. Telder schreef daar een boek over, getiteld Sterven … en dan? Ook ds. Vonk schreef een boek over deze materie: De doden weten niets.

Deze leer is duidelijk in strijd met wat de Bijbel zegt, bijvoorbeeld in Matteüs 10:28 (over vijanden die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden), in Lucas 23:43 (waar Jezus zegt: ‘heden zult u met Mij in het paradijs zijn’) en in Openbaring 20:4 (over ‘zielen’ in de hemel van hen die onthoofd zijn). Het is een dwaling die ook in strijd is met wat we belijden in HC Zondag 22. Daarom gingen er toen ook meteen alarmbellen af. Maar ds. Telder werd niet geschorst en zijn dwaalleer werd niet verworpen door zijn kerkenraad en de classis. Dat gebeurde later wel door particuliere en generale synode. Uiteindelijke leidde dit geschil tot een kerkscheuring waaruit de Nederlands Gereformeerde Kerken ontstonden. En tot op heden wordt deze dwaling daar getolereerd!

Een andere manier om de Bijbel te lezen

Niet alleen wordt deze dwaling daar nog steeds getolereerd, er zijn dwalingen bij gekomen! Bijvoorbeeld van ds. H. de Jong, die voorstelt om de Bijbel op een andere manier te lezen en daarbij tot vergaande conclusies komt.[2] Hij maakt onderscheid tussen hoofd- en bijzaken in de Bijbel, bijvoorbeeld in Genesis. Dat betekent dat hij ruimte geeft aan iets als evolutie en dat hij de historiciteit van de zondeval in het midden laat. Verder noemt hij de bijbelschrijvers naïef en onbeholpen: in het Nieuwe Testament citeren ze het Oude Testament vaak op de klank af. Van simpele bijbelschrijvers (‘vissers’) mag je ook niet verwachten dat ze historisch betrouwbaar zijn. Hij acht zelfs de uitleg die Jezus zelf in Matteüs 22 geeft aan Psalm 110 onjuist en tijdgebonden![3] Hij heeft het over een ‘rand van onzekerheid’ in de Bijbel en wil de Bijbel niet meer ‘onfeilbaar’ noemen. Niet alle Bijbelgedeelten hebben evenveel gezag: niet de Schrift is Gods Woord, maar Gods Woord is in de Schrift.

Dat is in strijd met wat de Bijbel zelf zegt: elke schrifttekst is door God geïnspireerd (2 Tim. 3:16). En: de Schrift laat geen eigenmachtige uitleg toe (2 Petr. 1:20v). En het is in strijd met wat we belijden in NGB art. 2-7. Maar ook deze dwaling, die dus het gezag van de Schrift aantast, werd niet afgewezen. Dat had gevolgen

Een studiecommissie (ingesteld door de Landelijke Vergadering van de NGK in 1998) kwam in 2003 met een rapport, dat voorstelde om alle ambten ook voor vrouwen open te stellen. In dit rapport stelde de commissie duidelijk, dat ze in de weg van schriftuitleg (exegese) op dit punt niet verder kwam en daarom voor een andere benadering had gekozen: een bredere bezinning op het schriftverstaan, op de hermeneutiek dus! Die bezinning had geleid tot een andere manier van bijbellezen en zó was de commissie tot haar voorstel gekomen. Op de Landelijke Vergadering van 2004 werd dit rapport, inclusief het voorstel, aangenomen. Dus wat eerder getoleréérd werd (m.b.t. ds. H. de Jong), werd nu legáál verklaard! Daarna duurde het niet lang of er kwamen in de NGK inderdaad vrouwelijke ouderlingen en voorgangers. En daarna kwam er ruimte voor acceptatie van homorelaties. Daar werd hardop bij gezegd dat men nu op een andere manier de Bijbel was gaan lezen …

GKv

In de 60’er jaren handhaafde de GKv het gezag van de Bijbel en de plaats van de gereformeerde belijdenis. Maar tegen het eind van de 20e eeuw groeide de overtuiging dat we wel eens wat té zwart-wit gedacht en gereageerd hadden. Dat we ook wel eens te snel waren overgegaan tot kerkelijke tuchtmaatregelen en dat we niet altijd liefdevol gehandeld hadden. Kortom, dat ook van GKv-kant fouten waren gemaakt. Ik denk dat die erkenning terecht was. Maar die ging niet over het belang van de gereformeerde belijdenis!

In 1999 kwam dit op de synode van Leusden aan de orde. Met meerderheid van stemmen werd toen besloten dat er geen goede basis was voor samensprekingen met de NGK. De reden daarvoor was dat de NGK inzake de gereformeerde leer en het toezicht daarop een ruimte claimden, die onze kerken niet konden accepteren.[4] Wel gaf deze synode aan Deputaten Kerkelijke Eenheid opdracht tot een ontmoeting met een NGK-afvaardiging om onze zorgen nog eens kenbaar te maken.

Op de GS Zuidhorn 2002 kwam dit opnieuw aan de orde. Op deputatenniveau was er een ontmoeting geweest met een NGK-afvaardiging. Die ontmoeting was in een goede sfeer verlopen, maar de zorgen waren niet weggenomen. En opnieuw werd toen de vraag gesteld: als wij destijds inderdaad fouten hebben gemaakt, is het dan niet eerlijk om dat ook officieel uit te spreken richting de NGK? Iemand als prof. J. Douma was daar een sterk voorstander van. Daarom riep hij de synode op tot het doen van schuldbelijdenis. Maar tegelijk deed hij een oproep aan de NGK om op ondubbelzinnige manier in te stemmen met de gereformeerde belijdenisgeschriften.[5] De synode van Zuidhorn besloot toen niet tot het uitspreken van een schuldbelijdenis, maar wel om Deputaten de opdracht te geven het gesprek voort te zetten.

Helaas handelden de NGK-kerken anders dan gehoopt. In plaats van meer duidelijkheid te geven over hun instemming met de gereformeerde belijdenis besloot de NGK in 2004 (zie hierboven) om vrouwen toe te laten in alle ambten. Dus géén duidelijke instemming met de gereformeerde belijdenis, maar wel instemming met een andere manier van bijbellezen …

Reactie in GKv-kring

Onze deputaten en de volgende synodes constateerden dat er in de NGK sprake was van schriftkritiek en dat de weg naar mogelijke kerkelijke eenheid nu geblokkeerd was. Samensprekingen daarover hadden nu geen zin meer. ‘In de omgang met de bijbel heeft men (…) een fundamentele wissel genomen. Te veel wordt de invloed van de cultuur bepalend voor de wijze waarop de bijbel wordt uitgelegd’.[6] Ook voor prof. Douma was een gesprek met het oog op kerkelijke eenheid nu niet meer aan de orde: als de Bijbel als Woord van God niet meer veilig is, dan houdt alles op. Tot op de synode van Harderwijk 2011 werd bevestigd dat dit NGK-besluit een ernstige barrière bleef voor kerkelijke eenheid.

Maar de synode van Ede 2014 maakte ineens een onverwachte wending! Toen lag op de GKv-synodetafel óók een Deputatenrapport dat voorstelde om alle ambten voor vrouwen open te stellen. En ja, via een vergelijkbare ándere omgang met de Bijbel … De synode wees dit rapport af. Gelukkig! Maar tegelijk opende deze synode de weg om een stap verder te doen richting de NGK, om te komen tot kerkelijke eenheid, en wel omdat eerdere belemmeringen waren weggenomen … Een onbegrijpelijke tegenstrijdigheid! Dit laatste synodebesluit is voor prof. Douma een belangrijke overweging geweest voor zijn besluit om de GKv te verlaten.[7]

Sindsdien is het in de GKv snel gegaan: de synode van Meppel 2017 besloot om alle ambten ook voor vrouwen open te stellen. Dat besluit mocht onmiddellijk uitgevoerd worden. En dat gebeurde dan ook in verschillende plaatselijke kerken. Toen de onderbouwing van dit besluit niet bleek te deugen, kwam de synode van Goes 2020 met een geheel nieuwe onderbouwing, via het commissierapport Elkaar van harte dienen. In dat commissierapport wordt die nieuwe manier van omgaan met de Bijbel omarmd. En de synode stemde daarmee in … Sindsdien is die nieuwere hermeneutiek gewettigd in de GKv. Net als eerder in de NGK.

Nieuwere hermeneutiek

Deze nieuwe manier van lezen en uitleggen van de Bijbel betekent, volgens het rapport van de synodecommissie, dat je niet meer kunt spreken van één goede uitleg van de Bijbel. Dat wil zeggen dat het óók in de gereformeerde belijdenisgeschriften maar om een uitleg van de Bijbel gaat. Er is ook een ándere uitleg mogelijk, die even wettig is. En die uitleg kan in andere tijden, in andere culturen, in andere situaties, nóg weer anders zijn. Zelfs tegenovergesteld … Zo is nu de waarde van de gereformeerde belijdenis geminimaliseerd en is binding daaraan in feite niet meer mogelijk. Dat betekent dat je nu ook in de GKv op allerlei punten met dwaling te maken kunt krijgen. Iedere predikant kan met een andere uitleg van een bijbeltekst komen. En dan is het aan de plaatselijke kerken en kerkenraden, of men die uitleg al dan niet accepteert.

Eenheid in de waarheid, zoals Jezus bidt in het zogenaamde hogepriesterlijk gebed van Johannes 17, is in principe dus niet meer mogelijk. En dat de kerk ‘pijler en fundament van de waarheid’ moet zijn, zoals Paulus schrijft (1 Tim. 3:15) is dan eigenlijk ook niet meer aan de orde: niemand heeft immers (nog) de waarheid in pacht!

Verkondiging en binding aan de belijdenis

Tot voor kort (en officieel nog stééds) was het zo, dat de gereformeerde belijdenis grenzen voor vrijheid van exegese aangaf: op déze punten, die we in onze belijdenis als bijbelse waarheid hebben aangenomen, mocht je als predikant niet zomaar iets anders verkondigen. Je moest je nieuwe inzicht eerst aan de kerkenraad voorleggen. En als je gezamenlijk tot de conclusie kwam dat de belijdenis aangepast diende te worden, dan werd dat in de kerkelijke weg aan de orde gesteld en gezamenlijk besloten. Dat is inderdaad enkele malen gebeurd, in goed overleg en als gezamenlijke overtuiging, zodat de verkondiging in het hele GKv-kerkverband binnen de bandbreedte van de gereformeerde belijdenis bleef. Zo werden de eenheid en eensgezindheid (vgl. o.a. Fil. 2) gehandhaafd en bevorderd, om samen te blijven bij het heldere Woord van God en bij het éne Evangelie van Jezus Christus.

Maar in de nieuwe kerkorde wordt nergens meer gezegd dat de belijdenis in alle delen Gods Woord naspreekt, zoals eerder nog wel. Ook is de instemming met de gereformeerde belijdenis geminimaliseerd voor predikanten (‘verbindingsformulier’) en zelfs helemaal afgeschaft voor de andere ambtsdragers. De predikant moet nu zichzelf toetsen aan de belijdenis, terwijl dat toetsen eerder door de kerkenraad gebeurde. Ouderlingen moeten nog steeds toezien op de verkondiging van het Woord, maar de belijdenis speelt daarin geen duidelijke rol meer. Dat betekent dat er niet meer vanzelfsprekend lampjes gaan branden wanneer een dwaling verkondigd wordt.

In 2018 werd een Henk de Jong-leerstoel verbonden aan de TU in Kampen. Een jaar later kreeg hij hier een eredoctoraat: een eerbetoon aan iemand die vooropliep in die andere manier van bijbellezen …

Zusterkerken

De Bijbel zegt, dat het belangrijk is om Gods Woord samen met anderen te lezen: met de gelovigen ‘van alle tijden en alle plaatsen’. Omdat we alleen ‘samen met alle heiligen in staat zijn de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte te begrijpen’ van het in de Bijbel geopenbaarde Woord van God (Ef. 3:18; vgl. 1 Kor. 14:36). Zo voorkom je eenzijdige uitleg en dwaling. Maar met de nieuwe visie op de Bijbel kun je daar weinig meer mee. Want die andere ‘heiligen’ leefden in ándere tijden en culturen, of leven vandaag in een heel ándere situatie … De GKv heeft zich dus niets aangetrokken van alle zusterkerken in binnen- en buitenland, die waarschuwden deze heilloze weg niet op te gaan! Met als gevolg dat de GKv nu is geroyeerd als lid van de ICRC, een wereldwijd verband van gereforméérde kerken. De CGK is daar nog steeds lid van. Sinds kort ook de GKN. Maar de NGK is daar nooit lid van geweest …

Conclusie

Willen de GKv-kerken, samen met de NGK-kerken, straks in de fusiekerk nog steeds gebonden zijn aan de gereformeerde belijdenis? Dat was de vraag. Helaas moet het antwoord zijn: nee, niet echt. En helaas moet daaraan toegevoegd worden, dat ook de Bijbel, als het heldere Woord van God, in de GKv niet meer veilig is.


  • [1] Zie bijvoorbeeld C.G. Bos/W.A.E. Brink-Blijdorp, Nieuwe Nederlandse kerkgeschiedenis II, p. 70-104.
  • [2] Zie ds. Henk de Jong, De Weg. Tien stellingen over de Bijbel, 2010 (uitgegeven in eigen beheer).
  • [3] De weg, p. 40.
  • [4] Zie J. Douma, Hoe gaan wij verder? 2001, p. 155 e.v.
  • [5] Hoe gaan wij verder? p. 165 e.v.
  • [6] Zie ActaGKv2005.pdf (kerkrecht.nl), p. 28.
  • [7] Zie Dr. Jochem Douma, AFSCHEID van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt), 2014, pag. 28v.